Freelance Interviewer

Wie kent er een freelance interviewer?

Leven

Op tv hoor ik een beroep waarvan ik nog niet zo in die zin gedacht had. Freelance Interviewer. Niet voor kranten, niet voor bladen maar voor onderzoeken en vragen omtrent opinie. Of tewel het informeren naar meningen.

Lijkt me te gek!

View original post

Michel Foucault – De moed tot waarheid [3]

Wie durft te strijden voor het behoud van de pedagogische ruimte in het onderwijs.

Leren

Degene die onderwijst is de technicus. Plato noemt hen en doelt dan vaak op de geneeskundige, de musicus, de schoenmaker, de timmerman, schermmeester of sportleraar)

De onderwijzer beschikt over een kunnen, een technê, know-how. Dat wil zeggen dat het kennis impliceert, zij het kennis die vorm krijgt in een praktijk en, om erin geschoold te raken niet alleen theoretische kennis maar een hele oefening met zich meebrengt.

De technicus heeft een zekere plicht tot spreken. Zijn kennis en waarden zijn verbonden met een lange overlevering. Hij is ook leerling van een leermeester geweest.

Wie les geeft knoopt een band aan, of hoopt en verlangt een band aan te knopen met degenen die naar hem luisteren, een band van gedeelde kennis, overerving, traditie, die ook een band van persoonlijke herkenning of vriendschap kan zijn.

Het waarheidsspreken van de technicus en leraar verenigt en verbindt. Terwijl het waarheidsspreken van de parrèsiast zijn leven…

View original post 135 woorden meer

Werken in de klas

Iedereen heeft dromen en misschien worden die wel sterker naarmate ze verscheurd zijn geweest.

 twixx lokaal 2 twixx lokaal 3

Op uitnodiging heb ik op vrijdag elf oktober 2013 een dagje meegedraaid met de klas van docent L. en haar stagiaire A.  Een klas van tweeëntwintig leerlingen die samen minstens elf talen spreken.

Ik nam de uitnodiging aan, omdat ik wilde ervaren of het klopte waar de opleiding voor stond, namelijk het geven van goed onderwijs.

tatoe

Tien jaar geleden stond ik vanuit projectmonitoring aan de start van dit onderwijs, wat  als doel had met jongeren te werken aan een talentvolle toekomst. De projectleiders waren ervaren mensen, ik hoefde er niet veel anders te doen, dan te luisteren naar hun verhalen. Later kwam er een nieuwe projectleider en werd de naamgeving AKA (Arbeidsmarkt gekwalificeerde  assistent). Onder haar leiding zijn er nu acht klassen en komen er zelfs leerlingen uit Amsterdam en Maastricht.

Vandaag leerde ik niet alleen de klas van docent L. kennen, ik ontmoette ook leerlingen uit andere klassen en maakte kennis met een aantal bevlogen docenten, stagiaires, conciërge en collegae van de catering en schoonmaak.

Ochtendoverleg

Bij aankomst is het voor de ingang van de locatie een drukte van jewelste. Op het AKA-plein is het nog lekker rustig. Met een kop koffie in de hand wacht docent L. mij op en neemt ze me mee naar het ochtendoverleg.

Aanwezig zijn docenten van deze en andere locaties van de onderwijsinstelling, vier stagiaires, een vertegenwoordiger uit het werkveld die examen komt afnemen en ik als genodigde en belangstellende.

Het overleg betreft het kort uitwisselen van belangrijke wetenswaardigheden, het bespreken van het dagprogramma van de docenten en heeft het karakter van werkvoorbereiding met een licht accent naar peerreview, een vorm van intervisie.

Er worden doelen gesteld en taken van de dag verdeeld .

Voor uitwisseling van visie komt e-TO (digitale leeromgeving) aan de orde. De bedoeling is in periode twee over te gaan naar e-TO. Eén docent denkt dat e-TO minder geschikt is voor anderstalige volwassen. Er wordt geconstateerd dat er nog contextgebonden LWP’s (Leerwerk prestaties) wachten op invoering. Hierbij wil het team ook gelijk een kwaliteitsslag doorvoeren. Men noemt als reden, dat onderwijsmateriaal zich door ontwikkelt op grond van opgedane ervaring en voortgeschreden inzicht over de formulering van de LWP’s. 

Vervolgens komt de PLOK (Praktijk Leren Overeenkomst) aan de orde. Enkele stagiaires vertellen dat hun werkgever hun VOG (Verklaring van goed gedrag) heeft betaald met als reden dat een stagiaire dat moet inkopen vanwege de eisen die bij de kant van de werkgever gelden. Het schijnt uniek te zijn dat studenten dat kunnen declareren.

Bij de bespreking van leerling bijzonderheden wordt vermeld, dat er volgende week een student van de Academie voor Zelfstandigheid een gastles komt geven over niet-aangeboren hersenletsel. Het wordt een TWIXX.

Het klaslokaal

De deur van het lokaal staat open en is bekleed met een vel papier over de gehele lengte van de deur. Daarop staan de namen van de kinderen van de klas. Met daarnaast de kolommen: ‘Wie ben ik?’, ‘Wat kan ik?’, ‘AKA competenties’, ‘Solliciteren’ en ‘Op zoek naar je beroep’. De leerlingen hebben samen met de coach LWP’s gekozen die aansluiten bij hun leervragen en ontwikkelingsbehoefte.

comp

In de ruimte bevindt zich een kast met mappen van leerlingen, een kast met boeken, een grote tv, een kapstok, tafels in groepjes van vier, een tafel van de docent en ramen naar de gang en de aanliggende lokalen. Dit laatste is uit oogpunt van veiligheid, zo vertelt docent L.

Briefing in de leergroep

Links op het bord staat het lesprogramma geschreven:

9.00 – 9.45          Leergroep
– e-TO
– BPV
9.45 – 10.30        LWP
11.00 – 12.00     TWIXX Keuzes:
– Down Syndroom
– Portrettekenen
– Observeren & Rapporteren
13.00 – 13.15     Leergroep
13.15 – 14.30     LWP tijd
14.30 – 15.00     Leergroep

* TWIXX staat voor een variatie aan didactische werkvormen.

Rechts op het bord staan de namen van alle leerlingen van de klas. Daarbij worden de competenties genoteerd die de leerlingen deze dag in willen zetten, extra aandacht willen geven.

Want iedere ochtend begint de leergroep met werkvoorbereiding en het samen stellen van het dagprogramma. Dat gebeurt plenair. De docent helpt haar leerlingen met de volgende vragen:

–          Wat ga je doen?
–          In welke fase van het werkproces ga je dat oefenen?

–          En waarom?
–          Welke persoonlijke competenties ga je erbij in zetten? –          En hoe ga je dat doen?

De AKA werkprocessen bestaan uit:

  1. Voorbereiden werkzaamheden
  2. Uitvoeren werkzaamheden
  3. Evalueren en bespreken werkzaamheden
  4. Afronden werkzaamheden

Deze dag werken de leerlingen aan de volgende AKA competenties: ‘samenwerken en overleggen’, ‘instructies en procedures opvolgen’, ’materialen en middelen’, ‘met druk en tegenslag omgaan’ en ‘aandacht en begrip tonen’. Deze komen uit het Kwalificatiedossier voor AKA 2013

De studenten doorlopen de opleiding in vier fases. Deze fases zijn gerelateerd aan werkhouding, gedrag en opgeleverde LWP’s. Docent L. vertelt dat deze faseverschillen binnen één klas geen probleem zijn.

De leerlingen gaan aan de slag met het werken aan de volgende persoonlijke competenties: ‘initiatief nemen’, ‘omgaan met feedback’, ‘doorzettingsvermogen en het waarom ervan’ (bijvoorbeeld ‘omdat ik heel erg moe ben’), ‘zelfreflectie’ (hoe heb ik heb gewerkt, ben ik er wel of niet blij mee), ‘verantwoordelijkheidsgevoel’ (volgens één van de leerlingen ‘In m’n eentje aan het werk, toch?’).

Wat gebeurt er?

Na de leergroep gaan enkele leerlingen naar het computerlokaal, anderen blijven in de klas en gaan aan de slag. Leerlingen helpen elkaar en bieden dat spontaan aan. De docent geeft individuele aandacht aan een aantal studenten. De docent loopt tussendoor bij individuele of samenwerkende leerlingen langs en maakt even contact over hun werkgedrag. De docent geeft complimenten waar dat aan de orde is. De docent stelt zich flexibel op, na het bespreken van een sollicitatiebrief in het kader van BPV, constateert zij ‘telefoonvrees’ bij de betreffende leerling. De docent gaat met deze leerling naar de docentenkamer om dit samen op te pakken. De stagiaire blijft in het lokaal aanwezig. Voor de werkzaamheden van de leerlingen maakt het niet uit, ze gaan gewoon rustig door met werken. Leerlingen zitten met koptelefoontjes op in de klas, zoeken op google chrome, praten even bij en werken in eigen tempo aan hun opdrachten. De sfeer in de klas is gemoedelijk en warm. Een jongen en een meisje maken samen een kwartet over politiek ‘Wie is wie?’.

De leerlingen tonen zich betrokken. Als ik hen wat vraag zijn ze, zodra ik interesse in henzelf toon, zeer welwillend iets te vertellen waarom zij op deze school zitten, wat ze willen worden en welke weg ze daarvoor willen afleggen. Ze doen vaak wat stoer en soms wat negatief als ik vraag hoe ze deze school vinden. Bij doorvragen blijkt dat bij bijna altijd te herleiden naar schaamte over het niveau van de opleiding, namelijk niveau één. Daarom zeggen ze dat deze school een te gemakkelijk programma aanbiedt.

Wat mij opvalt aan de kwaliteit van dit onderwijs is, dat er in de klas gewerkt wordt en dat dit gebeurt op basis van respect. In tegenstelling tot wat ik vaak heb gezien en wat mij zelf als docent omgangskunde in het verleden ook vaak overkwam: ‘Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel’.

De briefing en het werken aan LWP’s  lopen op natuurlijke wijze geleidelijk in elkaar over. Op een gegeven moment wordt het werk even stilgelegd en volgt er een presentatie van e-TO op de tv. Dit start vanuit Windows 7, hetgeen even wat problemen oplevert. Vooraf is eerst gevraagd wie mee wil doen. Het blijkt dat iedereen belangstelling heeft.

Eén van de leerlingen, een meisje die net een jaar in Nederland is en al behoorlijk goed Nederlands spreekt, bedient de knoppen en laat haar digitale werkruimte in e-TO zien. Het valt me op dat deze leerling heel zorgvuldig werkt, ik denk dat ze het ver kan schoppen. 

De docent vertelt wat we zien en wat je met e-TO kunt:

–          Je eigen digitale werkplaats voor je LWP’s en TWIXX
–          Je leermeter staat erin
–          Je kunt je LWP’s lezen en digitaal maken en via

           skydrive en dropbox inleveren
–          Alles wat we nu met papier doen gaan we straks

           online doen
–          Het kwartetspel van vandaag kan ook in je portfolio:

           maak er een foto van

Helaas kunnen de leerlingen zelf niet mee doen, omdat velen de inlogcode kwijt zijn. De docent geeft de tip: zet zoiets in vervolg in je smartphone met een foto.

TWIXX

In tegenstelling tot een LWP is het geven van een TWIXX niet klasgebonden.

Eén van de drie TWIXX, de TWIXX Down Syndroom was de dag ervoor ook al gegeven en toen goed bezocht. Nu is er maar één studente die zich ervoor opgeeft. Ze heeft de powerpoint gekregen en de theorie uitleg gehad. Vervolgens heeft ze praktische opdrachten zelfstandig gedaan. De TWIXX is ontwikkeld op verzoek van de leerlingen zelf.

Ik besluit me mee te doen met de TWIXX portrettekenen en kan daar na mijn verzoek tot deelname bij aanschuiven. Deze TWIXX wordt op heel relaxte wijze gegeven. De docent doet niets voor, maar vertelt wel dat je een portret op verschillende manieren kunt maken, waaronder een zelfportret, een portret van een ander, of bijvoorbeeld een karikatuur. Alle leerlingen gaan aan de slag en maken er wat van. Er zitten een aantal pareltjes van portretten tussen, verder gaan de tekeningen over de liefde, games, stripfiguren en karikaturen. Tijdens deze les kan er wat bijgepraat worden en komen we tot rust. De leerling die tegenover mij zit maakt een portret van mij en ik schets haar, we geven het elkaar. Omdat ik er naar doorvraag vertelt zij mij heel kort iets over haar levensverhaal, het raakt me diep. Wat een moedig meisje.

Tijdens de TWIXX moet ik even denken aan Ruth. Zij heeft een opleiding aan de kunstacademie gedaan en werkt nu als procesmanager. Zij zou maar wat graag een gastles willen geven.

20131011_111512   20131011_121813Wilma

De tussenstand van de leergroep

Aan het begin van de middag krijgt elke leerling de beurt om opbrengst en werkgedrag van de ochtend terug te koppelen en wat de voornemens zijn voor de middag. De overige leerlingen luisteren en kunnen vragen stellen.

Vragen die de docent stelt:

–          Welke competenties heb je vanmorgen ingezet en hoe

           heb je dat gedaan?
–          Hoe was je werkhouding vanmorgen?
–          Indien het niet goed ging met je werkhouding: Wat

           kan vanmiddag beter ten op  zichte van vanmorgen?
–          Heb je persoonlijke en/of AKA competenties ingezet?

De docent helpt, waar nodig, de leerling bij het onder woorden brengen van de benutte competenties.

Voor het middagprogramma kiezen de meeste leerlingen voor de competentie ‘doorzetten’, dit naast ‘initiatief nemen’ en ‘vragen stellen’.

Leerling: ‘De ochtend ging goed.’
Docent: ‘Waarom?’
Leerling: ‘Nou, gewoon omdat ie gewoon lekker ging.’
Docent: ‘Welke competentie ga je vanmiddag inzetten?’
Leerling: ‘Doorzettingsvermogen.’
Docent: ‘Waarom?’
Leerling: ‘Omdat ik rekenen haat.’
Docent: ‘Hoe ga je initiatief tonen als het niet goed gaat?’
Leerling: ‘Hulp vragen.’

Sommige leerlingen hebben het over moe worden. Het is vrijdagmiddag, ik heb net als hen deze week ook hard gewerkt, vanmorgen veel indrukken opgedaan en merk dat ik ook last van vermoeidheid krijg.

Eén leerling heeft vandaag te horen gekregen dat haar BPV stopt. Zij zit voor het tweede jaar, als examendeelnemer in de AKA klas. Omdat ze vaak terugvalt in startersgedrag, lukt het haar niet de BPV (Beroepspraktijk vorming) volgens de vereisten uit te voeren. Als ik haar later vraag wat ze wil worden zegt ze ‘niets’, als ik haar vraag wat ze vroeger wou worden, zegt ze wederom: ‘niets’. Even later verzucht ze: ‘Ik word huisvrouw’. Haar docent geeft aan dat het jammer is dat deze jonge vrouw van tweeëntwintig pas op haar twintigste naar AKA kwam. In haar geval was het zinvoller geweest voor haar achttiende in te stromen, dan had zij misschien meer kans gehad op een goede doorontwikkeling. Mede omdat ze nu officieel volwassen is.

LWP tijd

Iedereen gaat aan het werk. Ik besluit dat ook te doen en werk even mijn e-mail bij. Direct sta ik weer voor keuzes, doe ik iets wel of doe ik iets niet en waarom kies ik voor de gekozen optie. Al werkende mijmer ik tegelijkertijd wat, ‘Hoe zit het eigenlijk met mijn eigen werkprocessen?’

In het computerlokaal is het stil. Af en toe is er een gesprekje, tussen studenten onderling of door de docent en zijn studenten. De docent loopt rond en helpt waar nodig. Zo ook mij, ik krijg de computer niet aan de praat.

Een student die even verderop naast me zit vraagt na verloop van tijd wat ik hier doe. We raken aan de praat. Hij vertelt dat hij uit Rotterdam komt en daar als dertienjarige een talentvol rapper was. Na jaren heeft hij zijn Youtube filmpjes hierover verwijderd. Hij kreeg te maken met veel haat. Als ik hem vraag wat hij wil worden zegt hij dat hij de handel in wil. Bedrijfsleider bij een supermarkt lijkt hem een fijne baan. Dan gaat hij verder met het invullen van een beroepentest. Ik zit naast hem en zo af en toe vraagt hij aan mij wat een woord betekent. Ik vind het fijn hem te kunnen helpen, met name omdat het mijn eigen geest scherp en ik van mezelf ontdek dat ik best snel en to-the-point kan antwoorden. Door naast hem te zitten leer ik hem ook beter kennen. De antwoorden die hij op bepaalde vragen geeft lijken ingegeven door stoerheid. Mooi vind ik het dan, dat hij de volgende vraag van de beroepentest met een ‘ja’ beantwoordt: ‘Wil je sieraden maken?’

Het slot van de dag

De leerlingen vullen het formulier van hun dagprogramma in, hetgeen vervolgens per leerling plenair wordt besproken en wat aan het einde door de docent wordt ondertekend.

De docent noemt de’ lessons learned’ van gisteren: ‘hoe rustiger het is, hoe sneller we kunnen reflecteren en hoe eerder we naar huis kunnen.’

Leerling: (daagt docent uit) ‘Vraag dan wat!’
(Iedereen lacht)
Docent: ‘Wat heb je vandaag gedaan, wat heb je geleerd?’
Leerling: ‘In de voorbereiding moet ik beter luisteren en opletten.’ ‘Ik heb niet goed naar de uitleg geluisterd en de LWP niet goed gelezen. Daardoor hebben we de LWP verkeerd uitgevoerd en moeten we opnieuw beginnen.’
Docent: ‘Wat ging er deze week goed?’
Leerling: ‘Dat ik er ben.’
Docent: ‘Ja, je hebt jezelf supergoed herpakt!’

Leerling: ‘Mijn cv is af’
Docent: ‘Heb je vandaag de hele dag door de juiste keuzes gemaakt?’
(Er is een vermoeden van niet)
Leerling: ‘Ja.’

Leerling: ‘Ik heb mijn LWP niet af’ ‘Ik snapte er niets van.’ ‘Het interesseerde me niet.’ ‘Ik heb wel drie van de antwoorden af.’
Docent: ‘Is dat goed genoeg voor vandaag?’
Leerling: ‘Ja.’
Docent: ‘Wat zou je anders willen doen de volgende keer?’
(Geen antwoord)
Docent: ‘Had je meer hulp kunnen gebruiken?’
Leerling: ‘Ja, dat is het.’
Docent: ‘Bij welke competentie hoort dat?’
Leerling: ‘Vakmanschap?’
Docent: ‘Nee, bij het is geen AKA competentie, kijk bij de persoonlijke competenties.’
Leerling: ‘Initiatief nemen?’
Docent: ‘Ja.’ ‘Dat kan je de volgende keer helpen om het iets makkelijker te maken.’

Docent: ‘ Heb je een goede week gehad?’
Leerling: ‘Ja, alles is af.’
Docent: ‘Hoe heb je dat gedaan?’
Leerling: ‘Aandacht en begrip tonen voor rekenen.’
Docent: ‘Hoe heb je doorgezet?’
Leerling: ‘Gewoon door het te doen.’

Mijn observaties

Bij alle activiteiten zijn een wisselend aantal studenten aanwezig. Ook zijn er leerlingen die later aanschuiven. Dit overigens zonder dat het de klas stoort. Eén meisje loopt op een plek af, waar al een studente zit. Ze geeft aan dat dit haar plek is en dat ze het koud heeft en bij de verwarming wil staan. De docent geeft aan dat de plekken in de klas niet bezet kunnen worden. Dan valt de leerling met luide stem uit. Ik schrik er van en voel me een beetje geïntimideerd door deze leerling. In mijn ogen bakent zij licht agressief haar territorium af. De docent vertelt later dat deze leerling startersgedrag vertoont, en door de groep als de leider wordt gezien. Ik word weer kalm doordat de docent rustig blijft en er een andere docent even door de ramen naar binnen kijkt.

Docent: ‘Wat is observeren en rapporteren?’
Leerling: ‘Aanmoedigen.’ (Deze leerling is een toptalent die bij een beroemde club zijn sport uitoefent en bij AKA twee dagen naar school gaat.)

Ontmoetingen

‘Er komen hier kinderen die dak- en thuisloos zijn, die ’s middags niet weten waar ze ’s avonds slapen; wiens ouders verslaafd zijn (geweest) aan drank -en /of drugs, die zelf blowen om hun problemen te vergeten. Leerlingen met ziektes zoals pdd-nos, adhd, fybromyalgie of odd. Die hun medicijnen op mijn kamer hebben liggen en die ik help herinneren dat in te nemen, omdat ze het zelf vergeten. Kinderen die het geld voor de bus naar school niet kunnen betalen. Kinderen die soms een fikse uitbarsting in de klas krijgen, maar school als veilige thuishaven ervaren waar dat opgevangen wordt en waar ze leren hier mee om te gaan en zich te hervatten.’

‘Achteraf bekeken had ik niet overzien hoe mijn baan er kwam uit te zien toen ik hier begon.AKA snap je pas echt als je hier werkt. Ook had ik geen idee dat het taakhouderschap zo zwaar en groot zou zijn.

‘Mijn moeder is overleden. Mijn vader is zoek. In mijn land was revolutie, de meeste van mijn vriendinnen wonen nu in de Verenigde Staten. Ik ben hier gekomen met mijn neef, oom en tante. Ik wil verpleegster worden.’

‘Het registratiesysteem voor aan- en afwezigheid van leerlingen kost me zo veel tijd om in te vullen. Ik moet het vaak overnieuw doen, omdat vergissen makkelijk is. Het programma is voor mij niet gebruikersvriendelijk’.

‘Ik wil piloot worden. Mijn ogen zijn goed. Na het MBO ga ik naar de Havo, daarna naar het VWO en dan ben ik klaar voor de opleiding tot piloot’.

‘Ik kom even langs omdat ik hier vorig jaar stage heb gelopen. Ik ben bijna klaar met mijn opleiding Helpende, Zorg en Welzijn. Ik weet nog niet wat ik daarna ga doen.’

‘Mijn moeder en ik lijken vriendinnen. Zij is erg belangrijk voor mij. Na school wil ik een eigen PR bedrijf en ook wat doen met visagie.’

‘Ik word hartchirurg. Nee, haha, ik word danser en ga samen met mijn vriend naar de dansschool in Amsterdam. Ik weet dat de Lucia Martas Academie de beste is.’

‘Ik wilde eerst kapper worden, maar toen ik daar stage liep merkte ik, dat wil ik niet mijn hele leven doen. Daarna wilde ik bij de politie, iets met jeugd en zedendelicten omdat ik dat heel interessant vond, ik hoorde ervan op een open dag. Om op die academie te komen moest ik eerst mijn MBO diploma halen, dus ging ik PW doen.  Door stage op een groep merkte ik dat jongeren mij wel liggen, maar dat ik geen wisselende diensten wil draaien. Nu ik hier bij AKA stage loop ben ik mijn roeping tegen gekomen. Ik wil voor de klas en ga na mijn diplomering naar de PABO.’

‘Ik ben zwanger en gelukkig bijna klaar met mijn opleiding. Mijn examen ging goed. Straks ga ik samen met mijn man een winkel beginnen. We zijn al heel ver gevorderd met de voorbereidingen daarvan. Ik ben op deze school gekomen omdat het inburgeringsexamen voor mij te gemakkelijk was.’

‘Wij doen hier niet aan korte termijnleren, aan het afdraaien van lessen. Het gaat hier om Natuurlijk leren, die als een rode draad door de hele opleiding loopt.’

‘Ik ga de bouw in en word timmerman. Daarbij ga ik me richten op interieur. Dat betekent dat ik tafels, stoelen en banken wil maken. Mijn vader is iemand die lang geleerd heeft. Door zelfstudie bij de LOI heeft hij nu veel diploma’s. Maar soms werkt dat tegen je. Toen hij een keer, na een poosje van werkloosheid, een nieuwe baan kon krijgen, is hij het niet geworden omdat hij te hoog opgeleid was. Hij was te duur.’

‘Ik wil boekhouder worden, want ik hou van cijfers.’

‘Ik wil kapster worden.’

‘Ik wil beveiliger worden. Dat betekent dat als ik deze opleiding af heb, ik doorga op het MBO.’

Afronding van de dag

Het hele team komt in de teamkamer. Er valt wat te vieren. Een van de docenten is morgen jarig. Er hangen slingers en ballonnen. We zingen haar toe, ze krijgt een kaart en twee lavendelproducten van Kneipp.

Manoeuvres met muziek

Video

Waar bevind ik mij?
Midden in een kringgesprek
meen ik iets nieuws toe te voegen
Iets wat in de discussie er toe zal doen
omdat het de verbinding zal leggen tussen twee opvattingen
Ik heb daarover in een nieuw boek wat gelezen
Nadat ik het lef heb gevonden me te mengen
doe je me af, met status en zachte stem
(je hoofd knikt ietwat ‘nee’)
‘Dat is dat en dat. Oude meug.’
Wat gebeurt er nu eigenlijk?
Ik laat mij op een zijspoor zetten.
Zodat niemand meer op mijn opmerking let.
Zodat anderen gaan denken dat het niet belangrijk was.
Welk gevoel geeft mij dat?
Voorheen gaf mij dat het idee dom te zijn
Nu raak ik even verward en vervolgens pissig
Hoe handel ik?
Ik besluit me er vervolgens niets van aan te trekken
En mijn gewone humeur weer op me te nemen
Welk effect bereik ik?
Ik negeer de ander en bovenal mijzelf
Hoe kijkt de persoon in kwestie?
Verbeten.
Zijn mondhoeken trekken samen, precies zoals een andere bekende van mij dat doet.
Die persoon is heel intelligent. Iemand die heel doordacht, zijn eigen weg volgt en altijd zijn zin krijgt. Het is iemand die ‘goed’ wil doen voor anderen en om dat te kunnen, heel zakelijk is.
Nogmaals terug.
Hoe kijkt hij?
Alsof er iets te bevechten valt, een proces wat maar moeizaam voortgang kent.
Het lijkt alsof alle tegenslag zich in die blik samenbalt.
Tegenslag in die zin van, ongewild betrokken te zijn in trage vooruitgang.
Wat doet mijn opmerking?
Ik vermoed dat ik twee strategische manoeuvres verstoor.
Die van de ander en die van mijzelf.
Wat is er nu eigenlijk aan de hand?
We bevinden ons in een spiegelgevecht.
Het stadium voorafgaand aan het tegenover elkaar staan.
Wat heb ik verstoord?
Het opgelegde trage tempo
Hoe gaan we verder?
Gewoon blijven zingen.

Je ongemakkelijk voelen

Ongemak is niet gemakkelijk.

Het voelt opgelaten en niet kalm.

Je voelt je jezelf niet. Je voelt je niet zoals je meestal bent.

Dat gebeurt mij wel eens als ik teveel wil. Of als ik me teveel wil aanpassen. Ik zou het mezelf kunnen gunnen om de tijd en de ruimte te nemen en me te ontspannen.

Maar soms is het gewoon het gevoel wat hoort bij een (nieuwe) situatie, dan is het een kwestie van verdragen.

En het kan ook zijn dat het gevoel je iets vertelt over wat er aan de hand is. Dan kun je het beste stil worden en opletten.

Superschool?

Uitzending gemist

Het lijkt allemaal heel mooi en toch bekruipt me een vreemd gevoel.

 

Dima's Blog

Ik hou niet zo van dergelijke superlatieven, maar laten we het gewoon een goede school noemen, één die doet wat een school hoort te doen.
Zag na het posten van het vorige stukje met de vraag wat dan wetenschap is, nog even via Uitzending Gemist de aflevering van Tegenlicht van gisteravond over de ‘Superschool’ van Eric van ’t Zelfde. Ideeën die zeer de moeite waard zijn, beslist aandacht verdienen en nogal voor de hand liggen over wat een goede school zou zijn en wat een goede school gewoon hoort te doen.
Woensdag 2 oktober om 14.10 overigens in de herhaling te zien; aanbevolen!

Roept de vraag op of onderwijskunde (kindje en onderdeel van de pedagogiek?) zoals in ons land heden ten dage gepraktiseerd wel ‘wetenschap’ mag heten?

View original post